In normale omstandigheden kunnen katten hun temperatuur goed zelf regelen, met dank aan hun wintervacht. Maar ook al heeft je kat een dikke pels, dan nog is onderkoeling een reëel risico bij aanhoudend nat, koud of winderig weer of plotse, hevige sneeuwval. Wordt je kat te lang aan deze weersomstandigheden blootgesteld en zeker wanneer haar vacht nat is (en blijft), dreigt hypothermie. Hoe je onderkoeling op tijd herkent en wat je dan moet doen, lees je hier.
Een normale lichaamstemperatuur bij een kat ligt tussen de 38 en 39 °C. Zakt die onder de 37 °C, dan spreken we van onderkoeling (hypothermie). Elke kat is hier vatbaar voor, maar wees extra alert als je een jonge of oude of kortharige kat hebt. Vooral bij sneeuw of temperaturen onder het vriespunt is voorzichtigheid geboden.
In extreme gevallen kan je kat het bewustzijn verliezen, maar zover komt het hopelijk niet. Er zijn eerst heel wat andere signalen die erop kunnen wijzen dat je kat het heel koud en moeite heeft om weer op temperatuur te komen. Wees alert voor deze tekens:
TIP! Een tip die altijd nuttig is, want het kan helpen om ook veel andere gezondheidsproblemen op tijd op te pikken: weeg je kat regelmatig. Heeft ze de voorbije weken flink gewicht verloren? Gewichtsverlies kan (in deze context) een signaal zijn dat je dier het moeilijk heeft met koude of stress.