Aloë vera is een bekende, heel dankbare kamerplant. Ze vraagt bijzonder weinig onderhoud en gedijt goed met weinig water. Ze komt dan ook oorspronkelijk uit het Arabisch Schiereiland en vond via het Afrikaanse continent en het Middelandse-Zeegebied haar weg naar onze contreien.
Haar vlezige, groene bladeren maken haar een leuke toevoeging in elk interieur. En haar sap en gelachtige binnenkant wordt gretig verwerkt in huidverzorgingsproducten, zalfjes en cosmetica. Laat ons je deze polyvalente vetplant even voorstellen!
Water: beperkt
Veel (indirect) licht
15-27 °C
Makkelijk te onderhouden
Beperkt luchtzuiverend
Bladeren zijn giftig voor huisdieren
Waar?
Als vetplant verkiest een Aloë vera een plek met veel licht. Halfschaduw is ideaal, met eventueel ochtend- of avondzonlicht.
Eten en drinken?
Bewater heel beperkt: om de 2 à 3 weken in het groeiseizoen, een keer per maand in de winter. Bemesten hoeft niet, maar kan wel in een lage dosis tijdens het groeiseizoen.
Verpotten?
Om de twee jaar. De Aloë vera verkiest een lichte wortelbinding en kan wel flink groeien, vooral in de breedte. Kies hiervoor een goed drainerende potgrond voor cactussen en vetplanten.
Aloë vera is een super resistente plant. Niet alleen omdat ze makkelijker langere droge periodes overleeft dan wanneer ze te veel vocht krijgt — de plant slaat namelijk veel water op in die dikke bladeren van haar om droge periodes door te komen.
De Aloë Vera is bovendien een plant die zichzelf kan genezen! Als je een blad snoeit, komt er binnen enkele seconden een dun vliesje op de wonde van het blad, gemaakt van haar eigen sap. Dat sap heeft een stollende werking en en vormt binnen enkele minuten een rubberachtige laag die de wonden van beschadigde of gesneden bladeren dicht.
De oude Egyptenaren noemden Aloë vera niet voor niets de onsterfelijkheidsplant.