Winkels in heel België Expert in tuin en dier Professioneel advies op maat Groot aanbod kwaliteitsproducten

Alle bee(s)tjes helpen: de rol van het lieveheersbeestje

Je kent ze vast wel, de kleine rood-zwart-gestipte kevertjes, de onzelievevrouwebeestjes, de ladybirds, de hemelbeestjes, oftewel: de lieveheersbeestjes. De meeste soorten voeden zich met bladluizen en andere insecten die we liever niet op onze tuin- en kamerplanten spotten. Dat maakt hen bijzonder geliefd in de tuin, niet het minst bij fruittelers en landbouwers. Ze zijn een onmisbare partner in het bewaken van een natuurlijk evenwicht in de tuin. Merci, lieve lieveheersbeestjes!

Waarom nuttig?

Eet liefst van al bladluizen, een kwalijke plaag in veel (moes)tuinen. Draagt op die manier bij tot een natuurlijk evenwicht in je tuin.

Wat heeft hij nodig?

Bladluizen, nectar en stuifmeel en inheemse beplanting om te eten. Natuurlijke schuilplekken (bladeren, takken, insectenhotel) om zich te verbergen en te overwinteren.

Hoe krijg jij hem in de tuin?

Plant bloemen die rijk zijn aan nectar (lavendel, dille, goudsbloem), zij dienen als extra voedselbron. Plaats insectenhotels. Laat kleine hoopjes bladeren of takken in je tuin liggen als natuurlijk schuilmateriaal. Vermijd chemische bestrijdingsmiddelen.

Wat moet je weten over het lieveheersbeestje?

Dat lees je hieronder!

Lieveheersbeestjes zijn gezellig ogende dikkerdjes. De meeste hebben een rond tot ovaal halfbol lichaampje. Een smal halsschild vormt de overgang naar een klein stomp kopje met korte antennes en twee grote samengestelde ogen. Onder hun stevige, gekleurde dekschilden vouwen ze hun doorschijnende, vliezige vleugeltjes op. En hun zes korte pootjes kunnen ze onder hun lichaam intrekken.

De kleur van hun dekschilden en stippen of vlekken is erg variabel. Ze verschilt van soort tot soort en kan ook binnen de soort wisselen. De meest voorkomende soorten zijn rood met zwarte stippen. Vandaar ook hun wetenschappelijke naam Coccinellidae, afgeleid van het Latijnse ‘coccineus’, wat ‘scharlakenrood’ betekent. Maar ook zwart met rode, oranje-rode, bruine of gele stippen komt voor, of bruin met zwarte of roomkleurige stippen. Ook geel, roze of oranje met zwarte stippen kan voorkomen. En dan zijn er nog soorten of variaties met een effen zwart, bruin of rossig schild.

Het citroenlieveheersbeestje eet meeldauw, een schimmel die witte of grijze vlekken vormt op bladeren, bloemen en stengels van planten. Alle andere soorten lieveheersbeestjes eten liefst bladluizen! Daarnaast smullen ze ook van schildluizen, wolluizen, bladvlooien en larven van bladhaantjes. Je moet lieveheersbeestjes dus koesteren. Want ze eten veel, heel veel, vervelende beestjes.

In het voorjaar, wanneer het wat warmer wordt, verlaten de lieveheersbeestjes hun winterverblijf. Dan gaan ze paren en voor nageslacht zorgen. De vrouwtjes zetten hun eitjes in groepjes van 20 tot 40 af op de onderkant van bladeren, dicht bij de bladluizen die de jonge larven als voedsel nodig hebben.

Na 4 tot 8 dagen komen de eitjes uit. De larven gelijken in niets op hun ouders. Ze zijn klein, lang en plat en hebben een gesegmenteerd lijfje: de kop met duidelijke bijtende kaken, drie bredere segmenten met telkens een paar poten en een staart met smalle segmenten die op een punt uitlopen. Met hun harige stekels op de rug zien deze larven er wat afschrikwekkend uit. En hun kleurenpatroon is bij elke soort anders: zwart, grijs, wit of geel, maar steeds met opvallende anderskleurige vlekken.

De larven beginnen meteen te eten, tot wel 120 bladluizen per dag. Tijdens hun prille leven groeien ze zo goed dat ze ook enkele keren vervellen. Na een week of vier stopt de larve met eten en wordt korter en dikker. Na een tijdje vervelt ze een laatste keer en verschijnt de pop.

Binnenin die pop groeit een nieuw lieveheersbeestje, na ongeveer een week wringt dat zich uit zijn poppenharnas. Het pas geboren lieveheersbeestje heeft nog zachte dekschilden. De kleur en de stipjes van een volwassen kevertje komen pas tevoorschijn terwijl die verharden. Ook zij gaan op zoek naar bladluizen. Zien van ver doen ze niet goed, maar ruiken wel. En zolang het warm genoeg is, doen ze overdag weinig meer dan eten, zo’n 80 bladluizen per dag.

’s Nachts is het voor hen te koud en rusten ze. Wanneer het ook overdag kouder begint te worden, zoeken lieveheersbeestjes hun winterverblijf op. Laat ze in de winter vooral met rust, zodat ze in de lente genoeg energie hebben om zich voort te planten en de cirkel rond te maken. Ze hebben immers maar één kans, want zelden worden ze ouder dan één jaar.

Wist je dat?

Lieveheersbeestjes hebben dan geen tanden of een angel, ze hebben wel enkele handige trucjes om andere dieren te slim af te zijn. De felle kleuren van een lieveheersbeestje zijn bedoeld om vijanden af te schrikken. Lukt dat niet, dan scheiden lieveheersbeestjes een gelige, onwelriekende en bittere stof uit via … hun knieën. Een onverschrokken vogel die zich daardoor niet laat afschrikken, zal de vieze smaak niet snel vergeten en andere lieveheersbeestjes voortaan met rust laten. Lieveheersbeestjes kunnen hun belagers ook op een dwaalspoor brengen door hun poten en antennes in te trekken en te doen alsof ze dood zijn. Wie niet sterk is, moet slim zijn!

Het Aziatische lieveheersbeestje is een apart verhaal. Dit beestje is heel variabel van kleur, maar de rode en oranje met meerdere zwarte stippen zie je het meest. Je herkent deze soort aan de zwarte ‘M’ op het witte halsschild. Bekend om zijn grote vraatzucht is deze variant destijds vanuit Azië ingevoerd als biologische bestrijder van bladluizen. Alleen … is deze soort intussen zowat overal uitgegroeid tot een pestsoort.

Ook in België is het vandaag het meest waargenomen lieveheersbeestje. Jammer genoeg, want door haar dominantie zijn de aantallen van vele andere soorten achteruitgegaan. Het Aziatische lieveheersbeestje is namelijk niet altijd even lief voor zijn soortgenoten. Naast blad- en schildluizen, gaasvliegen en kevers lust deze vraatzuchtige ook wel eens ... een ander lieveheersbeestje.

Lieveheersbeestjes houden van bladstrooisel, mossen, een loshangend stukje schors, wat hoger gras. Maak je tuin daarom niet té net. Laat hier en daar een ruiger hoekje over, laat op een aantal plaatsen het gras groeien en wacht met het opruimen van bladeren en dode stengels tot na de winter. Je kan ook speciale kastjes voor lieveheersbeestjes kopen. Vul ze met wat stro, houtkrullen of stukjes boomschors en hang ze op ongeveer een halve meter boven de grond op.

TIP! Je vindt in je Horta-winkel een heleboel mooie producten die jou en de lieveheersbeestjes kunnen helpen! Van insectenhotels of bloemenmengsels tot thuisgeleverde pakketjes met de larven van het lieveheersbeestje.

Ontdek nog meer tips