Winkels in heel België Expert in tuin en dier Professioneel advies op maat Groot aanbod kwaliteitsproducten

Alle bee(s)tjes helpen: de rol van de regenworm

In je tuin ben je nooit alleen aan het werk. Er staat altijd een legertje regenwormen aan jouw zijde, ook al zie je het niet meteen. Regenwormen danken hun naam aan het feit dat je ze vooral te zien krijgt — je raadt het nooit — wanneer het regent. De slijmerige beestjes houden de grond luchtig en waterdoorlaatbaar door de gangen die ze graven. Ze helpen je tuin schoonmaken door plantenresten op te eten en hun wormenpoep houdt je grond vruchtbaar. Een wroetende superheld om te koesteren, dus. Merci, regenworm!

Waarom nuttig?

Door voortdurend kleine gangen te graven, werkt de worm mee aan een goede drainage van de grond. Dat helpt je planten om water op te nemen. Bovendien vervullen ze een composterende rol. Je plantjes zullen op die manier beter groeien!

Wat heeft hij nodig?

Een gezonde, vochtige bodem die niet te veel wordt verstoord. De regenworm houdt niet van zandgrond of een te zure bodem, op tijd bekalken is dus een goed idee.

Hoe krijg jij hem in de tuin?

Zorg voor een gezonde bodem met voldoende lucht, organisch materiaal en weinig verstoring. Een laagje mulch op de grond doet wonderen.

Wat moet je weten over de regenworm?

Dat lees je hieronder!

In België leven er zo’n 25 soorten regenwormen. Allemaal hebben ze een gelijkaardige lichaamsbouw: een soepele slang die bestaat uit een groot aantal ringen, met op ongeveer een derde van de lengte van het lichaam een verdikking. Dat heet het zadel. De meeste ringen dragen vier paar korte borstelharen. Daarmee schuift de regenworm door en over de aarde. Bij het kruipen wordt de regenworm telkens langer en korter.

Leuk weetje: ze zien met hun lijf en horen met hun haar. Ze hebben namelijk voor- en achteraan op hun lichaam lichtgevoelige cellen, waarmee ze kunnen ‘zien’, of beter gezegd: licht kunnen voelen én vermijden, want licht betekent voor hen droogte en warmte en daar houden ze niet van. ‘Horen’ doen ze dan weer door trillingen op te vangen met hun borstelharen. Absoluut nodig om op tijd te kunnen vluchten voor vijand nummer 1: die gravende mol.

Ze graven continu tunnels onder de grond en zorgen op die manier voor een goede drainage en vlot doorlaatbare grond. Dat is essentieel voor je planten om water op te nemen en gezond te groeien! Maar ze vervullen ook een composterende rol, want ze verversen de grond. Dat doen ze door onder meer afgevallen bladeren dood hout of aarde te verorberen. Al dat organische materiaal verteren ze tot steeds kleinere stukjes. Dat poepen ze er nadien weer uit, verrijkt met allerlei voedingsstoffen. Denk aan die piepkleine minimolshoopjes die je vaak in de lente tussen het gras ziet liggen.

Op die manier zorgen regenwormen er dus voor dat de grond niet te snel uitdroogt en het voedingsstoffen beter vasthoudt. De resultaten zijn best wel indrukwekkend. Uitwerpselen van regenwormen bevatten tot 40% meer humus, tot vijf keer meer stikstof, zeven keer meer beschikbaar fosfaat en elf keer meer kalium dan de grond waarin ze leven. Stuk voor stuk kleine humusfabriekjes!

Wist je dat?

Een bodem mét regenwormen kan tot wel DRIE KEER MEER WATER opvangen dan een bodem zonder. Tegelijk wordt het water via die tunneltjes ook makkelijker afgevoerd, waardoor je planten niet verzuipen bij een plensbui. En hun gangenstelsel maakt de grond kruimiger en luchtiger. Een must voor planten om hun wortels meer zuurstof te geven en ze beter en sterker te laten wortelen.

Hun seksleven is best wel speciaal te noemen. Regenwormen zijn hermafrodiet: ze kunnen zowel de rol van mannetje als van vrouwtje opnemen als ze zich willen voortplanten. Maar ze kunnen zichzelf niet bevruchten. Dus moeten ze op zoek naar een maatje om te paren. Na de paring gaan ze allebei een coconnetje aanmaken, een klein gesloten zakje waarin tot wel 20 eitjes kunnen. Na twee tot vier weken komen de babyregenwormpjes uit die coconnetjes gekropen. Eerst zijn die witachtig, maar naarmate ze ouder worden, kleuren ze donkerder roze.

Regenwormen zijn nachtdieren. Via sensoren op hun kop voelen ze dat het licht is en dan zijn ze beter af onder de grond. Blijven ze meer dan een uur in het licht, dan geraken ze verlamd, drogen ze uit en kunnen ze niet meer ademen. Daarom gaan ze vooral ’s nachts op zoek naar lekkere hapjes.

Hun hoofdvoedsel bestaat voornamelijk uit dode bladeren en plantenresten. Verder lusten ze ook aarde, organisch materiaal dat door de grond is verteerd en micro-organismen zoals bacteriën en schimmels.

Een heleboel, eigenlijk. Regenwormen helpen je tuin groeien en bloeien en bevorderen de biodiversiteit, maar hun plaats in de voedselketen is bijzonder laag. Ze zijn een gezonde, eiwitrijke hap en makkelijke prooi voor andere dieren, zoals mollen, egels, vogels, vossen en kippen. En ook spitsmuizen, kikkers, loopkevers, duizendpoten en naaktslakken lusten al wel eens een regenworm.

Vaak werd gedacht dat regenwormen tevoorschijn komen wanneer het regent, omdat hun gangen dan overstromen. Dat klopt niet, want de beestjes ademen door hun huid en zullen niet verdrinken. Ze komen aan de oppervlakte omdat de trilling van de regendruppels hun vluchtreactie activeert. Neervallende regen geeft namelijk hetzelfde geluid en trillingen als een mol die een tunnel aan het graven is. Mollen zijn de natuurlijke vijanden van regenwormen, dus zoeken ze de veiligheid op door naar de oppervlakte te kruipen.

Van die vluchtreactie maken ook andere tuinbewoners handig gebruik. Een vogel of kip zie je soms met de snavel op de grond tikken, omdat ze weten dat de regenworm naar boven zal vluchten. En daar zit de kip of vogel hem op te wachten. Dus ja, regenwormen zijn ontzettend handige helpers in de tuin, maar ze zijn ook een bijzonder makkelijk doelwit voor andere dieren.

Het is eigenlijk een vicieuze cirkel: regenworm houden van een luchtige grond met een rijk bodemleven. Daar komen ze op af en zij zullen ervoor zorgen dat diezelfde grond luchtig blijft door hun tunnels te graven. Daarom enkele tips voor een gezonde grond:

  • Mulch de bodem in de tuin met organisch afval: gesnoeide takken, gemaaid gras, afgevallen bladeren … Mulch is niet alleen onweerstaanbaar voor regenwormen, maar het komt je moes- of siertuin altijd ten goede.
  • Zorg voor voldoende organisch materiaal: compost, mest, plantenresten …
  • Hou de zuurtegraad van je bodem op peil. Een gezonde bodem is een bodem in evenwicht. Op tijd bekalken, kan daarbij helpen.
  • Vermijd te veel verstoring of ‘stress’. Onderzoek toont heel duidelijk aan: in tuinen waar niets wordt gedaan, zijn de meeste regenwormen in de bodem te vinden. Uiteraard moet je af en toe het gras maaien of verticuteren, maar hou het tot een minimum beperkt. Vermijd ook chemische bestrijdingsmiddelen of overmatig bemesten.
  • Is er een stuk van je tuin onbenut? Zaai een groenbemester om de bodem te verrijken. Zo komt er ontzettend veel organische stof in de grond, een feestmaal voor de regenworm.

Een onweerstaanbare tuin voor vlinders

Beste prijs-kwaliteit
ACTIE
Beste prijs-kwaliteit
ACTIE
Beste prijs-kwaliteit

TIP! Wil je meer weten over je bodem en beter begrijpen wat er zich allemaal onder de grond afspeelt? Je leest er alles over in ons bodem-dossier, van de zuurtegraad tot het bodemleven.

Ontdek het bodem-dossier